
Op zondag 15 maart j.l. nam ik voor de derde keer deel aan het schrijffestijn Boekgerei in Woerden. Het thema van de lezingen was dit keer: welk verhaal schuilt er in jou? Oftewel, hoe gebruik je autobiografische elementen in jouw verhaal?
De lezingen die ik heb bijgewoond waren van Judith Visser, Thysia Huisman, Marelle Boersma en Abdelkader Benali. Zo leerde ik het verschil tussen een autobiografie, een autobiografische roman en autofictie.
Een autobiografie is non-fictie; alle gebeurtenissen worden beschreven zoals ze zijn gebeurd en in de juiste volgorde. Ook de personen die erin voorkomen worden bij hun echte naam genoemd.
In een autobiografische roman heb je meer vrijheid, maar de gebeurtenissen moeten wel allemaal zo zijn gebeurd, zoals je ze beschrijft. Alleen mag je namen van personen veranderen (inclusief je eigen naam). Als je bijvoorbeeld drie vriendinnen had met wie je regelmatig uitging, of ging wandelen, of wat ook deed, kun je ze alle drie in één personage stoppen voor de eenvoud. Verder gaat het erom om de gebeurtenissen die jij hebt meegemaakt te beschrijven op een manier die toont hoe jij die hebt ervaren, wat je gevoelens daarbij waren (en hoe het rook, smaakte etc). Het gehele verhaal/boek wordt beschreven door de ogen van jou alleen.
Autofictie is een fictief verhaal over jouw leven, maar wel gebaseerd op (een deel van) jouw werkelijke leven. Je bent vrij om sommige gebeurtenissen te veranderen of deze erbij te verzinnen die niet in het echt zo zijn gebeurd. Ook kun je in deze vorm af en toe van point of view verwisselen om het verhaal spannender te maken. Natuurlijk kun je net als bij een autobiografische roman jouw eigen naam en die van familieleden, vrienden etc veranderen. Je zou zelfs een broer in een zus kunnen veranderen, als dat zo uitkomt.
Na deze lezingen begreep ik eindelijk dat mijn boek “Een lange zomer in Thessaloniki” onder autofictie valt. Ik kende die term niet en legde meestal uit dat het boek autobiografisch is, maar niet helemaal. In dit boek heb ik mijn broer in een zus veranderd, omdat dat voor het verhaal beter uitkwam. Verder is er een verhaallijn in verschenen die in het echt niet is gebeurd. Het was een geval van: what if?
In 1983 woonde en werkte ik in Thessaloniki en op een warme dag liep ik naar huis. Een rode sportauto met open dak stopte naast mij en een Griek met een flair van: ‘alle meisjes vinden mij geweldig’, vroeg mij of ik geen zin had om te gaan zwemmen. Hij was op weg naar het strand, zei hij. Ik aarzelde, maar dacht toen: waarom niet? Het is erg warm. Ik moest nog wel mijn zwemspullen halen. Geen probleem, hij reed mij naar de studentenflat waar ik woonde en wachtte beneden. Toen ik boven op mijn kamer was, bedacht ik me. Ik ga toch niet met een vreemde man mee? Kortom, ik durfde niet. Ik zag hem buiten staan wachten. Na een tijdje stapte hij in en reed weg.
Tijdens het schrijven van mijn boek dacht ik: wat als ik wel was meegegaan? Wat er toen gebeurde, zal ik niet verklappen. Dat moet je zelf maar lezen.

Recente reacties